We zitten in gesprek met Eri Brouwer, community builder maar allereerst kinderwerkster Versa in Zuidwest.
Onze kennismaking begint eigenlijk bij Eri' haar roots: Waar kom je vandaan? Ik ben van Japanse origine en heb daar tot mijn 14de mijn jeugd doorgebracht. Mijn vader was elektricien bij de spoorwegen. Hij hield van zijn vak en heeft na zijn pensioen nog een paar jaar doorgewerkt om jongeren in het bedrijf op te leiden. Mijn moeder heeft ook altijd gewerkt. Thuis had ik één broertje. Mijn ouders zijn helaas gescheiden, dat was niet fijn. Na zijn pensioen is mijn vader rond gaan reizen door Japan. Hij was al verbonden aan een tempel en is daar ingetreden als monnik. Mijn moeder hield van koken en gezond eten. Zij is vertegenwoordigster geweest voor Yakult. Op de fiets met een koelbox achterop, ging ze bij haar cliënten en bedrijven langs. Bij mij op de crèche zaten heel wat van die Yakult-kindjes! Mijn broertje is in Japan gebleven en auto architect geworden bij Honda.
Ja, en ik ben getrouwd met een Nederlandse man; samen hebben we drie jongens. De oudste is nu 23, de middelste is 17 jaar, de jongste gaat na de zomer naar groep 8. Ze schelen alle drie behoorlijk in leeftijd. Het zijn oorspronkelijke kinderen geworden; het leuke van hun leeftijdsverschil is wel, dat ik lekker lang moeder kan zijn en al mijn kinderen zo goede aandacht kan geven. Sinds de pandemie ga ik met regelmaat naar Japan, bij mijn vader en moeder op bezoek; alleen of met mijn gezin. Ik zie ze graag. Tijdens corona had mijn vader het in zijn tempel heel druk. Ze gaven veel aandacht aan zieke mensen en families als er een gezinslid overleden was. En hij is nog steeds volop bezig. Mijn moeder vraagt extra aandacht sinds ze is gaan kwakkelen.
Toen mijn ouders in scheiding lagen, zo rond mijn 14de, was ik ondernemend genoeg om mijn eigen weg te kiezen. Ik wilde graag goed Engels leren en kreeg de kans om in Australië te studeren. Dat voelde erg ver weg. Ik dacht: naar een Engelstalig land kan ik later altijd nog gaan. Uiteindelijk kwam ik dichter bij huis, in Thailand terecht. Via een organisatie heb ik daar zelf een pleeggezin gevonden. Uiteindelijk heb ik zes jaar bij dat gezin gewoond. Ze waren wel gewend aan buitenlandse kinderen en één van hun dochters wilde graag Japans leren.
Het was voor mij overigens wel een cultuurshock.In Japan was alles geregeld, geordend. In Thailand moesten we vanuit huis eerst met een bootje de rivier over roeien om bij de doorgaande weg te komen naar de stad. Iedere dag hè, door weer en wind. Kwam je af en toe doornat op school! Dat was gewoon de kortste weg (Thailand staat wereldwijd bekend om zijn extreme verkeersdrukte en urenlange files). De school was wel traditioneler dan in Japan. Jongens leerden gereedschappen bedienen, de meisjes leerden koken. Tja, ik ben wel van de Thaise keuken gaan houden!
Weet je: "Niemand leeft op een eilandje, we hebben elkaar keihard nodig om de samenleving beter te laten samenleven. Laten we proberen dat op een positieve manier met elkaar mogelijk te maken!"
Na de middelbare school ben ik teruggegaan naar Japan; ik wilde graag studeren maar tegelijkertijd mijn Thais bijhouden. En dat kon met een studie economie die parallel liep met dezelfde studie in Thailand. Niet dat ik er veel mee wilde, maar het onderwerp had wel toekomst. En, in tegenstelling tot de Japanse cultuur was het wel een omgeving die al sterk 'naar buiten' gericht was. Al tijdens mijn studie ben ik ook de lerarenopleiding gaan doen. Ik vond dat een nuttige en leuke opleiding. En ik schatte de kans op werk groter.
Maar goed, toen ik weer eens in Thailand was, ontmoette ik daar dus 'die Nederlander'. Hij woonde al een tijd in Thailand en dacht in het begin dat ik een Thaise was, ik was er zo goed thuis. Hij vond Thailand een fijn land om te wonen. Langzaamaan ontwikkelde zich een relatie. Hij ging ook soms mee naar Japan. Mijn ouders waren dan ook niet verrast. Mijn oma was allang blij dat hij geen Duitser was!
Toen ik in verwachting bleek, hebben we besloten naar Nederland te gaan. Mijn man wilde hier weer aan het werk. We zijn getrouwd maar ik had hier geen permanente verblijfsvergunning. Ons eerste kind is dan ook in Japan geboren. Ik wilde bij mijn ouders en oma zijn. Dat heen en weer reizen heb ik een aantal keren gedaan.
Toen mijn man een vaste baan had gekregen en in ons onderhoud kon voorzien, mocht ik overkomen en permanent in Nederland wonen. Dat was zo rond 2004. Ik voel mij dan ook Nederlands ook met alle bijzonderheden van het Nederlander zijn. Als Japanse houd ik van maatschappelijke structuur; dat kennen we hier niet (meer). Ook de verhoudingen onderling zijn er behoorlijk afgestemd, gestructureerd. Ik kom oorspronkelijk van het platteland. Daar was je toch vrijer en tegelijkertijd meer verbonden dan in de stad. Je bent er voor elkaar; dat zit heel diep in mij. Ik houd daarvan, dat had ik al als kind.
Kijk ik naar een kind, dan vind ik het belangrijk dat het de juiste kansen krijgt maar ook leert, die zelf te zien en te grijpen. Het is van belang dat het verder leert te kijken dan de eigen wijk, steeds weer dezelfde docent krijgt. Het bevordert je flexibiliteit, je kijk op de wereld en je vermogen om je aan te passen. Ook voor mijzelf als professional vind ik dat. Afwisseling biedt mij een nieuwe kijk; ik kan leren mijn kwaliteiten in een andere buurt of gemeente weer op een nieuwe manier te gebruiken. Dat helpt mij èn de wijk.
Zo heb ik veel geleerd in Gooise Meren en ook in Hilversum Noord, in wijkcentrum Lopes Dias. Dat vind ik ook belangrijk in het sociaal werk: Je móet met al die verschillende mensen en situaties om kunnen gaan. In Zuidwest kenden we al wel het jongerenwerk (vanaf 12 jaar) met als centrum De Keet, maar nog geen kinderwerk. Na corona kwam er gelukkig geld beschikbaar om de sociale achterstand die ook jonge kinderen hadden opgelopen, in te halen. Daar ben ik in 2021 hier in Zuidwest mee begonnen. Ik zet mij dus in voor de kleintjes tot 12 jaar. Dat heb ik drie jaar gedaan. Vervolgens heb ik, eerst gedeeltelijk, later fulltime het kinderwerk in Gooise Meren op mij genomen.
Veel mensen misten mij hier in Hilversum en wilden mij graag terugvragen. Het werd interessant toen ik het aanbod kreeg om naast het kinderwerk ook communitybuilder te worden. (Red: Een communitybuilder zet zich in om de bewoners meer met elkaar in contact te brengen en zo de gemeenschap sterker te maken.) Dan heb je de kans om ook met de ouders van de kinderen contact te zoeken en de ouders te ondersteunen. Daar komt die verbinding die ik zo belangrijk vind, weer terug.
Wat wil je graag deze nieuwe periode in Zuidwest bereiken?
We zijn bijna aan het laatste projectjaar van "Samen maken we de wijk" begonnen. Daarna stopt het. Ik zou het mooi vinden als we toch een weg kunnen vinden om het community werk voort te zetten. Daar wil ik mij graag voor inzetten.
Ondertussen valt er op het gebied van het kinderwerk heel veel te doen. Na mijn eerdere vertrek in 2024 stopte het helaas. Als ik nu Zuidwest binnenkom, zie ik te veel kinderen 'zomaar' buiten, rondhangen, zich vervelen. Ze krijgen te weinig structuur en dat betekent, in samenspraak met de ouders, opvoeden.