We zijn in gesprek met Marie-José Bruins, vrijwilligerscoördinator bij Nieuw Kerkelanden
Marie-José: "Mijn wiegje stond in Deventer. Ik ben geboren 'boven de garage'. Mijn vader had een Simca autobedrijf en daar woonden wij als gezin boven. Ik heb nog een oudere broer en een jonger broertje, dus we waren met z'n drieën. Mijn vader had het heel druk in het bedrijf, want het was best groot. En daarnaast was hij ook internationaal motorcoureur. Ja, dat verwacht je niet echt hè? Hij was ook wel een hele bekende voor die tijd. Als je zou googlen op Jan Bruins, dan kom je zijn foto's tegen. Hij heeft jaren de TT van Assen gereden (50cc klasse) en zelfs een keer de Grand Prix van Joegoslavië gewonnen!
De weekenden draaiden eigenlijk altijd om de motorsport. Hij was heel technisch. Je had geen sponsoren in die tijd, dus mijn vader deed alles zelf. De kelder in het bedrijf was de racekelder. Als die daar zat, mocht je hem ook niet storen, want dan was hij uitlaten aan het lassen of zijn cilinders aan het vijlen om die motoren maar zo snel mogelijk te krijgen.
De invloed van zijn werk en hobby waren natuurlijk groot. In de weekenden gingen we altijd mee, van rennerskwartier naar rennerskwartier. Ja, ook als kind. Ik was denk ik drie jaar toen ik al een motortje had. Heel klein, maar ook een 50cc-tje. Alle kinderen hadden wel zo'n ding. We reden er mee over het rennerskwartier. Mijn oudere broertje is gehandicapt, maar dat was geen punt. Mijn vader laste een zijspan aan de motor en daar gingen we, ik in de zijspan! Leuk hoor!
En toen mijn vader een keer heel ernstig was gevallen zei hij: "ik stop er mee". Toen is hij naast het autobedrijf een dealerschap in motoren begonnen. En wij kinderen werkten vanaf ons 12de, 13de gewoon mee."
"Ik ben er wel technisch of meer nog, heel erg handig door geworden. Ik boor mijn eigen gaten, kan behangen of hout verzagen. "Ja, ik ga liever naar een Praxis dan naar een modezaak!" Ik heb er ook wel een tick door: Als ik een mooi stuk gereedschap zie dat ik nog niet heb, dan is het van mij! Ik doe niks met auto's of motoren maar leef mij uit in klussen in en rond het huis. Gordijnen maken, behangen, elektrawerk of een vloertje leggen.
Mijn man Henk en ik hebben samen vijf dochters gekregen en inmiddels bijna negen kleinkinderen: Mijn jongste kleinkind wordt in juli, augustus geboren.
Ikzelf kook altijd op woensdag, voor iedereen. Ik zie wel wie er komt. En het komt vaak voor dat ik voor zo'n 15-20 mensen sta te koken. Ik vind het gewoon superleuk.
Ja, verbinding. Ik vind het ook belangrijk ze te blijven zien.
Gaan kleinkinderen puberen dan gaan ze hun eigen weg, dan hebben ze niet zoveel meer met oma. Dus nu ze klein zijn, is het ook wel voor mij dè tijd om van ze te genieten. Ik vind het ook heel leuk om mijn eigen meiden regelmatig te zien. En dan organiseren we wat. Zo hebben we afgelopen weekend met z'n allen een kookworkshop gedaan. De meiden hebben het ook goed met elkaar. En, hoewel ik niet meer getrouwd ben, doet Henk met alles gewoon mee. Heel mooi dat het zo kan. De kinderen hebben ook nooit een loyaliteitsconflict gevoeld."
Vanwege je afkomst en ook zelf met zo'n groot gezin moet je wel heel praktisch zijn. Ja, dat ben ik wel, daarbij moet ik wel constant geprikkeld worden. Is dat er even niet, dan ga ik op zoek naar nieuwe dingen of het dient zich gewoon aan. Da's ook goed!
Mijn ouders zijn relatief jong overleden, mijn moeder drie jaar geleden. Relatief omdat ik hier in Nieuw Kerkelanden veel werk voor bewoners van pakweg zo'n 90 jaar. Hier wonen eigenlijk geen mensen onder de 85! Het heeft mij allemaal gevormd tot iemand die makkelijk zegt: "Iedereen is welkom." Dat heb ik thuis en in mijn werk. Iedereen hoort erbij. Ik denk wel dat ik een groot hart heb.
Kun je een voorbeeld geven hoe dat dan hier gaat in Nieuw Kerkelanden, met vrijwilligers, met bewoners?
"We vinden het belangrijk dat nieuwe bewoners zich hier thuis voelen. En dat is met vrijwilligers precies zo. In Nieuw Kerkelanden ben ik de vrijwilligerscoördinator, mijn collega Hatice coördineert de activiteiten.
Vaak is het in een organisatie zo dat men vrijwilligers vraagt voor een bepaalde rol: bijvoorbeeld mensen ontvangen of een activiteit begeleiden. Wij doen dat anders: iemand die hier wellicht vrijwilliger wil worden, neemt zijn/haar kwaliteiten en eigenschappen mee. Daarover gaan we met elkaar in gesprek om zo uit te vinden waar iemand zich het meeste in thuis voelt om te doen. Lukt dat, dan breng je direct een verbinding aan tussen wat iemand fijn vindt om te brengen en dat we hier kunnen verwelkomen.
Daarom vinden we het ook belangrijk om wijk- en buurtgericht te werken. Dit vanuit de filosofie dat Nieuw Kerkelanden een huiskamer van de wijk is. Ga je uit van het vraagstuk 'vereenzaming', dan wordt de vraag: "Hoe kunnen mensen elkaar hier ook ontmoeten?"
Dat kan bewoners stimuleren, maar dus even zo goed de vrijwilligers. Iedereen is vanuit die filosofie welkom.
We hebben een grote groep vrijwilligers, ik denk wel zo'n 45 mensen. Een hele trouwe groep. Onze kracht is denk ik, dat vrijwilligers zich altijd vrijwilligers mogen blijven voelen. We respecteren dat velen hun hele leven gewerkt hebben en die fase dan achter zich willen laten. Het vrijwilligerswerk hier moet dus niet als werk voelen. Mensen houden een keuze. Dus sommige mensen vinden het heel fijn om iedere week op een vast moment te komen, maar we hebben ook een hele grote groep vrijwilligers die zich per maand inschrijven voor een activiteit. Mensen voelen de ruimte. Door die band kunnen we altijd om hulp vragen als de nood echt aan de man is. Altijd is er wel iemand die dan even snel zijn schoenen aantrekt en deze kant opkomt.
Dus mensen binden zich niet, maar verbinden zich aan ons vanuit de door henzelf gevoelde ruimte. Blijkt in een vrijwilligersgesprek dat de vrijwilliger iets kan bieden dat wij nog niet hebben maar waar bewoners wel behoefte aan hebben, dan gaan we het gewoon doen. Zo is er ooit vanuit de Bibliotheek een leesgroepje voortgekomen om bewoners te activeren. De groep leest, zet in op geheugentraining, doet oefeningetjes en leest verhalen en ook poëzie. Het werkt geweldig maar het is niet iets dat wij bedacht hebben! Daarnaast zijn er ook bewoners die zin vinden en willen geven en zèlf hier ook vrijwilliger worden.
Vrijwilligerswerk zien we ook als een vorm van verbinding. Naast Nieuw Kerkelanden staan drie ronde woontorens, ieder met zo'n vijftig appartementen. Je moest eens weten hoeveel mensen hier vrijwilliger zijn geworden! Kern is hier het elkaar ontmoeten. Vanuit de ontmoeting groeit de verbinding. Soms gebeurt het dat we een activiteit hebben maar te weinig vrijwilligers. Dan vragen we de aanwezigen in de zaal of zij een handje willen helpen. En dan komt het altijd goed."
Daarmee gaat het ook over zingeving. Want naarmate je ouder wordt en zeker als je alleen komt te staan kan de vraag boven komen: "Voor wie doe ik er nog toe?" "Nou, ik zal je zeggen: We hebben hier bewoners van in de negentig die appels komen schillen voor de appeltaarten die we bakken voor de Zomermarkt! Betekenis hebben kan in kleine dingen zitten.
Uit het huis en de torens is een groep 'gangmakers' voortgekomen, net als de 'buurtmakers' in de wijk. Met elkaar denken we na over zingeving voor en actief zijn in de gemeenschap. Daar komen de mooiste initiatieven uit voort. Het is een soort besef dat je met elkaar gemeenschap kunt zijn. Ik kom uit het oosten van het land, waar we naboarschap (nabuurschap) kennen. Je kijkt om naar elkaar, zorgt voor elkaar. Natuurlijk lag dat ook meer in het soort samenleving, de verenigingen, in het kerk zijn, allemaal kringen waarin je naar elkaar omkeek. Het was er allemaal. Het zou fijn zijn om die goede elementen ervan in elkaar te herkennen, op te zoeken en te versterken. We hebben dus weer een hoop te winnen!"
Nog een laatste vraag Marie-José: Waar droom je van?
"Tja zeg! Nou ja, ik heb toch een droom waarmee we eigenlijk al een beetje begonnen zijn: Dat is met z'n allen één groot huis vinden waar we allemaal kunnen wonen! Twee van mijn kinderen met partner en kleinkinderen willen al meedoen en Henk ook. Ik kan dan oma zijn voor de kleinkinderen en mijn kinderen helpen waar nodig. Ja, allemaal wel onze eigen unit maar ook bij elkaar. Dat lijkt me echt heel erg gezellig. En het is gewoon ook heel praktisch, want de oppas en ouderenzorg worden steeds schaarser. We hebben elkaar gewoon veel te bieden. Het grappige is dat mijn dochter nu driekwart jaar bij mij in huis woont; ik dacht wel dat dat een aanpassing zou zijn. Maar dat is het dus niet. We doen gewoon ons eigen ding. Het gaat eigenlijk heel organisch. Kortom, we zijn aan het zoeken naar een geschikte plek. Maar ik wil wel bij àl mijn kinderen in de buurt blijven wonen!
En ik heb nog wel een paar dromen voor onze wijk Zuidwest. Ik hoop dat we in staat zullen zijn de gemeenschapszin in de wijk die er al overal is, nog veel verder kunnen uitbouwen en dat we net zoals door Stichting Ummah en Versa bevorderd wordt, we allemaal toleranter voor elkaar kunnen worden.
Ik zou het ook mooi vinden als de bestaande ontmoetingsplekken in de wijk veel meer zichtbaar mogen worden: denk aan de Koepel, Ummah, de Keet, de Taalschool, de kerken enz. Het betekent ook dat je overal welkom mag zijn, je thuis mag voelen. Dat geldt ook hier, ook wij willen graag zo'n wijkcentrum, zo'n ontmoetingsplek zijn. En we krijgen er nog zo'n ontmoetingsplek bij op het Circusterrein, onze nieuwe directe buren!"
En nóg eentje?
"Ja, ik zou wel een mooie entree willen hebben aan de oostkant van ons huis die kan dienen als verbinding voor de bewoners daar met de rest van de wijk!
Stichting Ummah, Present en wij hadden het plan om de nieuwe buren van het Circusterrein welkom te heten op een leuke en mooie manier. Zo ook hebben jullie dit plan. Hoe mooi is het om ook hierin samen te werken. Op de korte termijn lijkt het mij, samen met bewoners van Kerkelanden, mooi om aan te sluiten bij jullie oproep op de Buurtmakersbijeenkomst (van de Stichting Hilversum Zuidwest, 3 juni jl.) om samen de nieuwe bewoners een mooi welkom in de wijk te bieden. (Daarover meer in het volgende nummer!)"
En zo sluiten we het mooie gesprek met deze ras-verbinder af. Marie-José tot slot: "Graag geef ik het estafettestokje door aan een bijzonder mens, Willy van der Jagt uit de Zeverijnstraat."