Wie de auto in ‘Zuidwest’ wil parkeren, moet in een aantal wijken betalen. ‘Vergunning Oude Haven’ staat er op de bordjes. "Maar, we grenzen toch aan de ‘Nieuwe Haven’? Hoe zit dat?" Nou, de Oude Haven is eigenlijk verhuisd naar de Nieuwe Haven. Met een fors bedrijventerrein en aan de zuidkant een groot woon- en leefgebied: Postcode 1216.
De bedrijventerreinen in ‘1216’ (Kerkelanden, Zeverijnstraat en Havenkwartier) zijn gezamenlijk goed voor zo’n 10 procent (bijna 4.000) van de Hilversumse werkgelegenheid. Dat betekent voor nu en de toekomst ook verantwoordelijkheid voor blijvende verbetering van de openbare ruimte. Verduurzaming, verkeersstromen en ruimte-indeling hebben daarom grote aandacht. De enorme drukte in ons gebied heeft een lange aanloop gehad. En met de opening van het Circusterrein (379 woningen) staat ‘Zuidwest’ volop positief in de aandacht.
Zo'n vierhonderd jaar geleden was Hilversum een klein, armetierig dorpje. Het was nauwelijks bereikbaar: de enige toegang liep via zanderige landweggetjes, stoffig bij droogte en modderig bij regen. Van welvaart was geen sprake.
Toch ontwikkelde zich er langzaam nijverheid, vooral huisnijverheid. Dat had alles te maken met twee dingen: wol en zand. De wol kwam van de schapen op de Gooise heide. Het zand was bestemd voor het drassige Amsterdam, dat een onstilbare honger had naar ophoogmateriaal. Onze hoofdstad, met inbegrip van de grachtengordel, 'drijft' in feite al eeuwenlang op grote hoeveelheden kostbaar Goois zand.
Dat zand moest natuurlijk worden afgegraven en aangevoerd, een flinke onderneming. Maar het loonde: de zandhandel leverde het arme dorp veel geld op.
Via trekschuiten met jaagpad naar ‘scheepvaart’
De wens naar betere vervoersmogelijkheden werd urgent: ‘scheepvaart’. Maar het betrof toen wel trekschuiten. Dat gaf allerlei beperkingen. Neem bijvoorbeeld de ’s Gravelandse Vaart met de aftakking bij het Luie Gat (naar Naarden) en de Gooise Vaart naar Hilversum. En de (geringe) vaardiepten werden steeds meer een probleem.
Rondom het begin van de 20ste eeuw kreeg Hilversum een groeispurt. De aanleg van de spoorverbindingen met Amsterdam, Utrecht en Amersfoort (1874) opende nieuwe horizonten. Maar met de vaarverbindingen bleef het nog behelpen. Vervolgens (1876) zette men spoed achter het graven (met de hand!) van de Oude Haven tussen Havenstraat en Loosdrechtse weg bij de Hondenbrug. Zo ontstond een verbinding met de vaart naar ’s Graveland en verder.
Groeispurt
Hilversum groeide - dankzij betere verbindingen - als kool. Zo ook de vraag naar goederen en (bouw)materialen. Nieuwe woonwijken (o.a. Over het Spoor en het Centrum) maakten de aanvoer van onder meer stenen en andere bouwmaterialen urgent. Bij de Havenstraat – met een hoogteverschil van ruim 15 meter – werd een aanvoerplek gerealiseerd. De Turfstraat in het Rode Dorp en een stukje verderop (bij de Berensteinseweg) fungeerde toen al vele jaren als ‘haven’.
Gooisch Kanalen-comité
De waterverbinding van Hilversum met de omgeving bleef evenwel beperkt. Om die reden werden oplossingen gezocht via het ‘Gooisch Kanalen-comité’. Als Technisch adviseur kwam Ir. Anton Mussert naar voren. Toen (1924) kon niemand nog bevroeden dat deze man een uiterst kwalijke rol ging spelen vóór en tijdens de bezetting. De bezetter zelf riepen Mussert ooit uit tot "Leider van het Nederlandse Volk".
Begin jaren 30 was men er wel uit. Uit zeven alternatieven werd gekozen voor een kanaal dat bij boerderij ’t Hemeltje (bij de Horstermeerpolder) de Vecht bereikt. Aldaar werd de schutsluis gebouwd. Het graven naar Hilversum vond tussen 1933 en 1937 plaats. Bijna 8 kilometer door een drassige bodem. Met de hand, schop en kruiwagen. De werkzaamheden werden gedaan door DUW-arbeiders: verplicht voor werklozen. Maar goed: er kwam een route voor schepen met een maximale lengte van 50 meter en een diepgang van minder dan 2,35 meter. Beheer en onderhoud komen voor rekening van Hilversum en er worden geen kanaal-, sluis- of bruggelden geheven.
Bombardement
Aan het einde van WOII werd het Havengebied (met 3 havenarmen) gebombardeerd door de RAF. Er lagen in de 2e havenarm munitieschepen van de nazi’s. Aan de Gijsbrecht-kant sneuvelden vele ruiten en ook in het Rode Dorp was er schade en een aantal gewonden. Nico Poort uit Bloemenkwartier – met vriendjes aan het spelen bij een opslag - kreeg scherven tegen z’n hoofd en overleefde het niet.
Verbonden met ondernemers
Onze wijk (1216) heeft zich in de loop der jaren - vanaf 1966 – nauw verbonden met de oude- en nieuwe industriehavens aan de noordzijde. En dat merken we. Heel veel vrachtverkeer en dito herrie. De tol van de vooruitgang. Maar dat neemt zeker niet weg dat we gezamenlijk met de ondernemers onverminderd op zoek moeten gaan naar een rustiger woon- en leefomgeving.
Tekst: Nico Dunnebier